Makkelijker om steun te geven dan te vragen

Sebastian Fischer Baling is 54 jaar oud, getrouwd en vader van twee tienerdochters. Hij werkt als docent in het hoger beroepsonderwijs, waar hij ook verantwoordelijk is voor een Minor. Zijn vader overleed toen hij nog jong was. Zijn moeder leerde hem dat het niet de bedoeling is om steun te vragen aan anderen. Deze houding brengt plezier en resultaat in zijn werk. Maar als het af en toe te veel wordt, kan de stress wel flink oplopen. Vakanties helpen hem dan om het hoofd weer even tot stilstand te brengen.

 

“Toen ik vijftien jaar geleden op de hogeschool begon, was het werk een stuk overzichtelijker. Tegenwoordig heb het gevoel dat ik altijd aansta. Ik ben docent en medeverantwoordelijk voor een Minor. In het hoger beroepsonderwijs is nu een veel grotere rol weggelegd voor het beroepenveld, de organisaties waar onze studenten later kunnen werken. Ik onderhoud een actief netwerk waarmee koffie drink, het contact onderhoud, nadenk over hoe we onze relatie kunnen versterken zodat we wederzijds aantrekkelijk blijven. Ook volgend jaar wil ik weer met ze kunnen samenwerken. Voor hen ben ik Mijnheer Hogeschool.

Vroeger had ik een rooster voor acht weken waarin dan acht lessen verzorgde. Dat gaf soms ook wel stress, maar toen was het in ieder geval overzichtelijk.

Het geeft me enorm veel energie om zo ondernemend te kunnen werken, maar het is er ook veel complexer door geworden. Vroeger had ik een rooster voor acht weken waarin dan acht lessen verzorgde. Dat gaf soms ook wel stress, maar toen was het in ieder geval overzichtelijk. Nu werk je constant in een driehoeksrelatie tussen studenten en het beroepenveld. Daardoor is mijn werk veel opener geworden, minder afgebakend. Er is altijd méér te organiseren. Het gevoel van controle is weg.

Ik trek het me ook aan als een vertegenwoordiger van het beroepenveld geen goeie indruk van ons onderwijs krijgt. Dat zit in mijn karakter. Bovendien wil ik dat studenten het gevoel hebben dat het om hen draait. Het zou misschien anders zijn als ik een planmatige werker zou zijn, maar ik ben nu eenmaal eerder intuïtief ingesteld. Ik ga voortdurend na of de ideeën die we hebben, daadwerkelijk gaan werken in de praktijk. En of aan alle randvoorwaarden is voldaan.

Al schilderend verdwijnen dan langzaam maar zeker de takenlijstjes naar de achtergrond.

Soms komt het voor dat ik op zaterdagavond opeens bedenk dat iets nog niet is geregeld. Dat klim ik achter mijn laptop en ga ik nog even aan de slag. Als ik het dan naar collega’s stuur, pakken sommigen het op zondag al op. Het is ook echt de lol om samen de klus te klaren. Andere collega’s zijn daar terughoudender in. Die openen pas op maandag weer hun mail. Ik zorg op deze manier bijvoorbeeld dat die groep van 40 studenten na het weekend wèl een heldere opdracht heeft. Ik vind dat belangrijk. Werken buiten de vaste kantoortijden, het onbegrensde, hoort er dan soms gewoon bij. Dat is gewoon heel anders geworden dan vroeger.

Laatst had ik een weekje vakantie en dan merk ik wel dat ik er echt aan toe bent mijn hoofd even stil te zetten. Ik ben mijn huis gaan schilderen, lekker fysiek bezig zijn. Dan voel ik nog steeds af en toe de aandrang om mijn werk op te pakken, maar dan dwing ik mezelf dat te laten. Ik zeg dan tegen mezelf bijvoorbeeld: “het loopt gewoon”, “ik kan niet altijd klaarstaan”, “laat het dan maar in het honderd lopen”, “dan maar stress als ik terugkom op mijn werk, maar vandaag in ieder geval niet”. Met dergelijke teksten weerhoud ik mezelf van werken tijdens mijn vakantie. Al schilderend verdwijnen dan langzaam maar zeker de takenlijstjes naar de achtergrond.

Als ik de stress te hoog laat oplopen, geeft mijn lichaam me vanzelf de signalen. Ik heb al sinds mijn 20e soms last van kramp in mijn benen. En ook mijn rug vertelt me soms dat ik geen alleskunner ben. Ik probeer daar dan bewust op te reageren. Ik herken de signalen steeds sneller en probeer daar dan op te reageren. Voor mij helpt het om een blokje om te lopen, yoga te beoefenen, een warme douche te nemen of gewoon een domme schietfilm kijken op tv.

Voor mij helpt het om een blokje om te lopen, yoga te beoefenen, een warme douche te nemen of gewoon een domme schietfilm kijken op tv.

Wat ik heel lastig vind is mijn eigen stress te delen met mijn omgeving. Mijn vader overleed toen hij 54 jaar oud was, precies mijn leeftijd nu. Mijn moeder erkende geen negatieve emoties en duldde die ook niet van mij. Het tonen van je behoeftes of vragen om hulp was niet de bedoeling, zo maakte ze mij duidelijk. Ik heb dat in mezelf geïncorporeerd. Het heeft me gemaakt tot de actiegerichte persoon die ik nu ben, maar leidt ook tot het gebrek aan rust in mijn kont. Ik vind het nog steeds moeilijk om aan te geven als ik behoefte heb om tegen iemand aan te leunen, dat ik stress heb of als het even niet zo goed met me gaat. Dat maakt het ook lastig bijvoorbeeld in het contact met mijn vrouw om te vragen waar ik zelf eigenlijk behoefte aan heb.

Een aanraking of een paar woorden van liefde. Uiteindelijk is dat toch waar het leven om draait.

Ik vind het makkelijker voor anderen beschikbaar te zijn dan mijn eigen behoeften te delen. Dat maakt het wel eens zwaar. Soms heb ik het gevoel dat ik hierin ook wel klem zit. Ik zou graag een bepaalde lichtheid en onbezorgdheid in mijn leven brengen en iets van die hardheid naar mezelf loslaten. Het is moeilijk van jezelf te zien hoe dat precies werkt, waar de ingang zit. Ik probeer naar mijn twee dochters uit te stralen dat ze echt niet alles goed hoeven te doen. Ik koester de momenten waarop ik met hen in contact ben: een aanraking of een paar woorden van liefde. Uiteindelijk is dat toch waar het leven om draait”.

November 2018

Ook geïnterviewd worden over jouw stress? Neem dan contact op met Arjeh Mesquita, arjeh@am-ontwikkelt.nl of 06-52460431

Menu