Praktijkcasus coaching: voorkomen, vermijden en bevrijden

Direct bij binnenkomst valt zijn voorkomend uiterlijk op. Zijn zwarte designbril draagt hij met een bijpassende donkerblauwe polo. Zachte ogen begroeten me van achter het montuur. We hadden alleen nog maar telefonisch kennisgemaakt. Hij helpt me de waterkan mee uit het keukentje naar de spreekkamer boven te dragen. Ondertussen bewegen we wat onhandig om elkaar heen om het coronavirus geen kans te geven. Wanneer we beiden zitten, schenkt hij ons beiden in alsof ik hier te gast ben.

Hij is duidelijk voorbereid en komt direct ter zake. De mensen waarmee hij werkt omschrijven hem als vriendelijk en betrouwbaar. Zijn werk is iedere keer tot in de puntjes verzorgd, op het perfectionistische af. Maar meer initiatief moet hij dringend tonen in zijn leven. Terwijl hij me dit vertelt, merk ik dat hij wat van me wegkijkt, zijn blik naar de straat beneden ons. Zijn stem is een fractie scheller en klinkt daardoor onzekerder dan voorheen. Ik voel hoe kwetsbaar het is hierover te spreken.

Kan hij twee mondjes blijven voeden?

Sinds enkele maanden zit hij ‘op de bank’ bij zijn werkgever en de nood aan een nieuwe opdracht groeit met de dag. Over twee maanden verloopt zijn arbeidscontract. Als hij dan geen nieuwe opdracht heeft gevonden, wordt het niet verlengd. Bovendien is zijn vrouw zwanger van nummer twee. Kan hij twee mondjes blijven voeden? Er is hem te kennen gegeven dat meer initiatief geboden is.

Maar hoe? Mijn gedachtes flitsen twee decennia terug in de tijd toen ik voor een uitzendbureau werkte en mensen bemiddelde naar werk. De actievelingen kregen de klussen, zo ging dat en gaat dat vast nog. Ik voel de aandrang mijn lijstje in te zetten: cv bijwerken, netwerken, koppen koffie drinken, deuren opentrappen, iedereen mobiliseren om het tij te keren. Maar ik besluit verder te onderzoeken.

Ik voel de onrust in mijzelf nu ook toenemen. Hoe zorg ik dat we niet samen vast komen zitten in de bezwaren?

Iedere keer als hij eraan denkt actie te ondernemen, eindigt hij in twijfel. In zijn hoofd vormen zich lijsten met bezwaren die ertoe leiden dat hij niets gaat doen. Zijn ervaring sluit niet aan op de sector, zijn opleiding niet op de functie of zijn persoon niet bij de cultuur van de organisatie. Hoe hard hij ook probeert op te starten, uiteindelijk drukken de bezwaren hem weer terug in zijn stoel. En zo glijden zijn dagen voorbij richting het einde van zijn contract en komt werkloosheid als nieuwe realiteit steeds zichtbaarder in beeld.

Ik voel de onrust in mijzelf nu ook toenemen. Hoe zorg ik dat we niet samen vast komen zitten in de bezwaren? Hoe bied ik een perspectief op een oplossing? Ik besluit te vragen naar de bron van zijn ingehouden handelen. Een kleine last lijkt van zijn schouders te vallen. De sprankeling komt direct terug in de kamer. Onmiddellijk begint hij over zijn moeder. Spelen moest hij van haar binnenshuis onder haar toeziend oog. Ook miste hij feestjes bij kinderen waarvan zij de ouders nog niet had goedgekeurd. Spelen in het bos waaraan zij woonden en klimmen in bomen waren evenzo verboden activiteiten.

De stem van zijn moeder was de zijne geworden. Buiten is het gevaarlijk. Ik kan dat niet aan. Begin er niet aan. Blijf veilig. Beweeg niet. Ook als vader en professional is haar stem nog voortdurend op de voorgrond.

Zijn opwinding en verwarring lopen door elkaar.

Ondertussen vraag ik me af die voorkomende man die zo beleefd hielp met water inschenken op die manier mijn goedkeuring had proberen te verdienen. Als antigif tegen een gekreukeld zelfbeeld voortdurend zijn best doen in de hoop een keer op eigen benen te mogen staan. Als ik deze gedachte voorzichtig deel, valt hij stil. Hakkelend vat hij mijn suggestie in eigen woorden samen. Weer valt hij stil. En weer herhaalt hij mijn suggestie in andere woorden. ‘Dus ik doe alles zo perfect om te laten zien dat ik goed genoeg ben?’ Alles valt op zijn plek. Zijn opwinding en verwarring lopen door elkaar.

Na korte tijd herpakt hij zich en stelt hardop concrete werkvragen. Hoe kan ik mezelf nieuwe initiatieven toevertrouwen? Hoe kan ik stoppen met mezelf klein houden en tegenhouden? Moet ik ophouden met zo mijn best doen? Ik probeer hem wat gerust te stellen dat het mooi is dat een essentie aan het licht is gekomen. We spreken af contact te houden, want we zijn pas net begonnen. Want als je het eenmaal ziet, is er geen weg meer terug. In stilte nemen we afscheid. Voor nu.

VOORBIJ
DE STRESS.

Menu