Praktijkcasus: de archiefkast en het pijnkompas

Het was een opmerkelijk begin van de begeleiding. Na de gebruikelijke beleefdheden, was het eerste dat ze vertelde dat ze in een opwelling de tweeënhalf meter hoge archiefkast van haar manager omver had getrokken. De vrouw had aan het gevaarte kunnen ontkomen door haar bureaustoel met kracht af te zetten tegen het bureau. Daarbij was haar hoofd tegen de muur geklapt. Het letsel was beperkt gebleven tot een flinke zwelling (deze zou nog een paar keer van kleur veranderen). Maar dit letsel viel nog mee gezien de kracht waarmee de archiefkast haar bureau doormidden had gebroken.

Ik moest even schakelen. Tegenover me zat bepaald geen krachtpatser. Sterker nog, met haar wat zachte, rustige stem en haar appeltjeswangen had ze juist een zachte indruk gemaakt. De wijde lange rok en opgestoken haar hadden voor samenhang gezorgd. Terwijl haar collega’s kwamen kijken in de gehavende kamer had mijn cliënte zwijgend haar jas aangetrokken. Zonder nog een woord te zeggen was ze naar huis gefietst. Daar ging ze op de bank liggen en trok een deken over haar hele lichaam. En zo lag ze nog steeds toen ze het telefoontje van de directeur HRM kreeg dat ze ‘de aankomende week voor zichzelf kon gebruiken om bij zinnen te komen en de boel eens te overdenken’. Zo had ze de woorden onthouden.

Naast een formele aantekening in haar dossier werd haar dringend geadviseerd van een coach gebruik te maken. En zo kwam ik dus in beeld.

In het terugkomgesprek de week erna kreeg ze niet alleen het verwijt een fysiek gevaar voor haar manager te zijn geweest, maar ook al jaren structureel veranderingen tegen te werken. Naast een formele aantekening in haar dossier werd haar dringend geadviseerd van een coach gebruik te maken. En zo kwam ik dus in beeld. De vrouw tegenover me vertelt over de situatie alsof ze het verhaal zojuist ergens heeft gelezen. Op mijn vragen naar de aanleiding vertelt ze al vijftien jaar de constante factor van haar afdeling te zijn. Terwijl managers en collega’s komen en gaan, bewaakt zij de voortgang. Ze is twintig jaar geleden gepromoveerd als Informaticus. Mede door haar wetenschappelijke kwaliteiten weet ze situaties tot in de haarvaten te doorgronden. En zo werd zij de enige in de organisatie van bijna tweeduizend man die in detail begrijpt welke informatieprocessen wel en welke niet geschikt zijn om te automatiseren.

De woorden komen nu rauw uit haar mond, als een beest die zijn prooi verscheurt.

Haar directeur had veel belang bij verdergaande automatisering. Door voortdurende druk op zijn begroting en een Raad van Toezicht met meer interesse in resultaten dan realisme, was iedere automatiseringsactie een welkom teken van daadkracht. Tegelijkertijd staat hij te ver van de operatie om relevante details te kunnen overzien. Hij benoemde daarom steeds nieuwe operationeel managers die mijn cliënte in zijn opdracht probeerden te overtuigen van het nut van automatiseren van processen. De meesten had ze na betrekkelijk korte tijd kunnen laten inzien dat automatisering slechts tot meer kosten en minder beheersbaarheid zou leiden. En als de scepsis daarover dan eenmaal verdwenen was, oogstte ze uiteindelijk ook een zekere mate van respect en soms zelfs bewondering voor de kwaliteit en diepgang van haar werk.

Ik vroeg me af waarom het juist met haar huidige manager zo mis was gelopen. Als ze daarover vertelt, wordt ze wat warriger in haar bewoordingen. De logica van oorzaken en gevolgen die ze in haar werk toepast, kan ze op zichzelf niet betrekken. Voor mij een aanwijzing dat het diep zit. Ze filosofeert hardop dat het te maken kan hebben met het gebrek aan aandacht. Of met de grote span of control. Misschien is er ook iets met de manier van instructies geven die ze vaak als dwingend en onduidelijk had ervaren. We komen niet echt verder. Ik moest denken aan wat binnen de EFT (emotion focused therapy) het pijnkompas wordt genoemd: mijn intuïtie over wat het meest pijnlijk is voor mijn cliënt. En omdat ik natuurlijk besefte dat gedoe over automatisering niet snel zouden kunnen leiden tot blinde woede en het omgooien van een kast, vermoedt ik dat de relatie met haar moeder de weg had gebaand voor deze uitbarsting. Omdat ik het niet wil invullen, leg ik haar voor of het al eens eerder is voorgekomen dat ze zich door een vrouw zo weinig serieus genomen heeft gevoeld. Ik laat deze suggestie zo neutraal mogelijk in de ruimte vallen, alsof de gedacht voor het eerst bij me opkomt. Mijn cliënte kan er nu niet meer omheen. ‘You have to feel it, to heal it’, luidt het gezegde.

‘You have to feel it, to heal it’

Ze vertelt daarop dat haar manager echt haat omdat ze de ene keer zogenaamd begripvol lijkt en betrokken overkomt om een volgende keer haar bruut de mond te snoeren. Echt af te snauwen. De woorden komen nu rauw uit haar mond, als een beest die zijn prooi verscheurt. Ze kan nooit van te voren zien wat ze kan verwachten. Ze is in en in gemeen en onbetrouwbaar. Het is alsof ze nu pas beseft wat er eigenlijk gebeurt. En het bruggetje met haar eerdere ervaringen is in haar lichaam al gelegd, zie ik. Net als je moeder, vraag ik daarom. De tranen springen nu in haar ogen. Ik begrijp nu hoe vernederd ze zich door haar manager moet hebben gevoeld. En als ik dat zeg, rollen de tranen over haar wangen.

Haar moeder en haar manager zijn weer twee verschillende personen geworden. In latere sessies bespreken we wat haar behoeftes zijn in het contact met haar werkgever. En hoe ze hiervoor kan opkomen. Dit is het makkelijkere deel van de begeleiding. We hebben de kern te pakken en hebben een diep begrip van de essentie.

VOORBIJ
DE STRESS.

Menu