Angst voor horkerigheid

Peter (52) is ICT-professional. Geregeld speelt stress een rol in zijn leven. Vooral als hij steeds van zijn eigenlijke werk wordt afgeleid en als hij vragen krijgt waar hij zich verantwoordelijk voor voelt. De stress roept bij hem de angst op zich horkerig te gedragen. Het onderdrukken daarvan kost soms moeite. 

“Ongeveer een jaar geleden zat ik in de trein. Toen er een bericht over een vertraging werd omgeroepen siste een man zachtjes ‘klootzakken’ voor zich uit. Een tijdje later de zelfde man ‘kutwijf’ toen een vrouw hardop praatte in de stiltecoupé. Als ik aan mijn eigen stress denk, is het dit soort anti-sociaal gedrag waar ik het meest bang voor ben. In beslag genomen zijn door mijn eigen boosheid, gefocust op wat mij te kort gedaan wordt. Ik verafschuw het maar herken het tegelijkertijd maar al te goed. Net als het anti-sociaal gedrag wat daar weer op volgt.

 

Ik voel soms bij mezelf een horkerigheid opkomen die zich moeilijk laat temmen.

 

Ik ben soms geneigd iets te veel mijn ellebogen gebruiken als ik de trein instap, met mijn aangespannen schouders mezelf een weg banen, mezelf fysiek een beetje laten gelden. Of dat ik op enig moment plotseling onaangenaam reageer als iemand mijn hulp vraagt op mijn werk. Ik voel me dan zoals die man van de cup-a-soup reclame: ‘NU EVEN NIET!’

Ik voel soms bij mezelf een horkerigheid opkomen die zich moeilijk laat temmen. Dus als ik me gestrest voel, probeer ik drukke plekken te mijden. Ik ga dan liever naar het rustige buurtwinkeltje, dan de drukke Albert Heijn in. Al die mensen om me heen, voordringers, te weinig ruimte. Die drukte verdraag ik dan gewoon niet. Ik ben eigenlijk bang voor mijn eigen agressie. Op zulke momenten durf ik mezelf niet goed te vertrouwen.

 

Ik vind dat erg vermoeiend en dan sluipt op enig moment ook de angst binnen of ik het wel af ga krijgen. En of het wel goed genoeg gaat worden allemaal.

 

Ik ken eigenlijk twee bronnen van stress. Het vaakst komt het voor als ik alsmaar moet ‘context-switchen’: steeds iemand anders die mijn bijdrage vraagt op een ander deel van het project, alsmaar verstoringen van mijn eigen werk. Al die vragen die maar blijven komen. Ik vind het ongelofelijk fijn om nuttig bezig te zijn. Maar als ik mijn focus voortdurend moet verleggen, schiet het natuurlijk niet op. Ik vind dat erg vermoeiend en dan sluipt op enig moment ook de angst binnen of ik het wel af ga krijgen. En of het wel goed genoeg gaat worden allemaal.

Een andere bron van stress is als ik vragen krijg waar ik me verantwoordelijk voor voel. Ik krijg bijvoorbeeld als bestuurslid van onze Vereniging van Eigenaren vragen van buren die last hebben van omgevingsgeluiden. Ik voel me dan zo teleurgesteld over mijn gebrek aan mogelijkheden om te helpen, maar vanuit mijn rol wil ik iets kunnen doen. Zulke problemen roepen bij mij angst op de ander teleur te stellen.

Er is ook wel een verschil in hoe mijn lichaam reageert op beide stressvolle situaties. Als ik teveel druk ervaar, krijg ik een soort koortsig gevoel over mijn hele lijf. Dus heel fysiek voelbaar, terwijl ik me bij de angst voor teleurstelling eerder wat gedeprimeerd voel. Maar beide situaties voeden de frustratie over mezelf. En dat moet er dan op een of andere manier weer uit. De laatste tijd tref ik mezelf bijvoorbeeld aan achter een computerspelletje, helemaal verkrampt en fanatiek. Dan weet ik dat de stress te hoog is opgelopen. Op dit moment speel ik een dom rallyspelletje. Ik heb dat soort gedrag al vaker in mijn leven gehad.

 

Eigenlijk weet ik dat als ik al deze activiteiten niet meer onderneem, mijn stress aan de winnende hand is.

 

En tegelijkertijd weet ik natuurlijk wat mij wel helpt om mijn stress beter te beheersen. Wandelen werkt eigenlijk het allerbeste, gewoon schoenen aantrekken en stevig doorstappen en mijn gedachten de vrije loop laten. Maar ook sporten helpt me, ik roei vrij fanatiek. Ik moet ook zorgen dat ik activiteiten blijf ondernemen die mij in balans brengen, zoals mijn vader bezoeken in het verpleeghuis of een goed boek lezen. Zorgen dat er balans is in mijn leven. Eigenlijk weet ik dat als ik al deze activiteiten niet meer onderneem, mijn stress aan de winnende hand is.

Mijn wijze van omgaan met stress is ook heel herkenbaar bij mijn meeste familieleden. Mijn vader noch mijn moeder konden goed met stress omgaan en uitten dat met boosheid. En daarbij zat altijd een ondertoon van gerechtvaardigdheid. Ik vind dat het nooit terecht is als je je frustraties op anderen botviert, daar bestaat geen rechtvaardiging voor. Daarover moet ik soms dialogen voeren met mezelf: een deel vindt het dan logisch dat ik mijn frustratie uit, maar mijn volwassen stem roept me dan weer tot de orde. Het zijn niet allemaal dingen waar ik trots op ben, maar zo probeer ik om te gaan met mijn stress”.

 

De naam Peter is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd.

Ook geïnterviewd worden over jouw stress? Neem dan contact met me op.

Menu